\Wat is Storytelling\Theater Lab?

Waar staat het Storytelling\Theater lab voor?

Het Storytelling\theater lab een productielaboratorium van theatervoorstellingen gemaakt door (semi) professionele theatermakers met een cultureel diverse achtergrond. Het gebruik van storytelling is daarbij het uitgangspunt.

Jaarlijks worden drie tot vier projecten geproduceerd, één a twee ‘avondvullende’ voorstellingen en een project met verschillende korte voorstellingen (portretten). Bovendien maken we elk jaar één (kleine) internationale coproductie, omdat we het belangrijk vinden om de kennis die we hier ontwikkelen te delen met andere theatermakers elders in de wereld. Daarnaast beginnen we in september met de ID CLUB om ook (gevorderde) amateurs de kans te bieden met hun verhalen aan de slag te gaan.

De artistieke leiding van Storytelling\Theater Lab is in handen van Arjen Barel (tot voor kort ook artistiek directeur van Amsterdam Storytelling Festival). Hij worden geadviseerd door een aantal experts op het gebied van storytelling (Sahand Sahebdivani, Raphael Rodan) en in culturele diversiteit in het theater (programmeurs van verschillende theaters waaronder de Meervaart en Podium Mozaïek in Amsterdam).

Wat houdt storytelling\theater in?

Storytelling is een interactieve vorm van podiumkunst. We zouden het (traditionele) storytelling als volgt kunnen definiëren:

Storytelling is een kunst en communicatievorm die interne beelden creëert in de verbeelding van de luisteraar, eerder dan zichtbare beelden te tonen of te dramatiseren. Traditionele storytelling vindt plaats als een open en directe communicatie in twee richtingen tussen de verteller en het publiek en het maakt interactie mogelijk tussen de aanwezigen.

Deze definitie is erg gericht op het vertellen zoals zich dat, onder invloed van de storytelling revival die twintig jaar geleden in Groot-Brittannië op kwam, ook in Nederland de afgelopen jaren sterk ontwikkelde. Vaak wordt hierbij uitgegaan van één verteller, al dan niet begeleid door een muzikant.

 

Een aantal doorgaans jonge vertellers zoekt echter al sinds enkele jaren naar andere vormen van storytelling, waarin de kracht van verhalen behouden blijft maar de vorm spannender is. Er wordt daarbij zeer nadrukkelijk naar een theatraliseren van het werk gekeken, waarbij authenticiteit voorop blijft staan. Muziek speelt hierbij vaak een belangrijke rol, die verder gaat dan begeleiding. De muziek eist een rol op, geeft kleur aan de vertelling, ondersteunt die, maar vertelt soms ook een eigen verhaal.

 

Daarnaast worden er andere theatrale middelen gebruikt, met name op het gebied van spel. De vertellers kruipen op sommige momenten meer in een rol en in de dramaturgische constructie wordt rekening gehouden met de verhoudingen tussen verschillende personages, die door de verteller verbeeld worden. Dat kan ook leiden tot dialoog tussen de karakters, naast de dialoog met het publiek.

 

Toch zijn er essentiële verschillen tussen ‘regulier’ toneel en storytelling\theater. Een belangrijk aspect is het auteurschap. In het geval van storytelling\theater zijn dat altijd de performers (m/v) zelf. Nooit zal er aan de slag gegaan worden met vooraf geschreven tekst. De teksten ontstaan in het werkproces en worden hoogstens door een dramaturg gerangschikt en indien nodig vastgelegd. Maar vaak ligt er geen volledig uitgeschreven tekst aan de voorstelling ten grondslag.

Dit houdt ook ruimte voor improvisatie. Storytelling wordt gezien als een teamsport, een kunst die tot stand komt door de performer en het publiek. Dat betekent ook dat de reacties van het publiek invloed hebben op wat er op het podium gebeurt. De performer moet daarop kunnen inspelen. Dat houdt de uitvoeringen levendig. Hierbij wordt overigens ook leentjebuur gespeeld bij Stand-Up Comedy en Cabaret. Technieken om publiek te laten participeren en op het publiek te spelen worden ook in storytelling\theater gebruikt.

 

De hierboven beschreven werkwijze van teksten ontwikkelen tijdens het werkproces is uitermate geschikt om persoonlijke verhalen te verwerken in de voorstellingen. Het materiaal is immers vaak de performer zelf. Dit betekent niet dat voor andere verhalen geen is in storytelling\theater voorstellingen. Bestaande verhalen (volksverhalen, legendes, mythen, sprookjes) zijn vaak uitermate geschikt om actuele thema’s in een (metaforische) context te plaatsen. 

 

Een ander verschil met regulier theater is dat de performer in een storytelling\theater voorstelling nooit volledig zal transformeren in een personage. Hij kan in en uit een rol stappen, maar het is en blijft altijd overwegend de performer zelf die communiceert met het publiek. Dit beperkt zijn mogelijkheden soms, maar vergroot aan de andere kant de authenticiteit en de natuurlijke verbinding die hij met het publiek aangaat.

 

Dat brengt een flexibele houding van de performer met zich mee. Die flexibiliteit wordt soms ook verder doorgetrokken. We streven ernaar de te ontwikkelen voorstellingen eenvoudig van opzet te laten zijn, zodat ze ook flexibel inzetbaar zijn. Theaters zijn altijd geschikt, maar in het ideale geval kan er ook in andere ruimtes gespeeld worden, met of zonder theater licht, met of zonder geavanceerde geluidsinstallatie (hoewel niet versterkt spelen altijd de voorkeur heeft). Overigens heeft storytelling\theater vanwege de verbinding die de performer met zijn publiek aan wil gaan wel baat bij een zekere intimiteit. Idealiter wordt er voor zalen van maximaal 250 toeschouwers gespeeld en een wat kleiner aantal is vaak zelfs nog wat beter.

 

De rol van de regisseur in storytelling\theater is kleiner dan doorgaans in het theater. Het maken van een strakke enscenering of het werken aan rolopvattingen en invullen van personages past niet binnen de natuurlijke vorm van storytelling\theater. Dat maakt dat de regisseur eerder een coach is, die de performer begeleidt en van feedback voorziet. Daarbij is de taak van de dramaturg (die ook verenigd kan zijn in de rol van de regisseur) ook een belangrijke. Hij of zij werkt samen met de performer aan de lijn van een voorstelling en geeft daar meer of minder sturing aan.