\Wat is Storytelling\Theater Lab?

Waar staat het Storytelling\Theater Lab voor?

Het Storytelling\Theater Lab is een productielaboratorium van theatervoorstellingen gemaakt door (semi) professionele theatermakers met een cultureel diverse achtergrond. We nemen hierbij het gebruik van storytelling als uitgangspunt.

Jaarlijks produceren we drie tot vier projecten, één a twee ‘avondvullende’ voorstellingen en een project met verschillende korte voorstellingen (portretten). Bovendien maken we elk jaar één (kleine) internationale coproductie, omdat we het belangrijk vinden om de kennis die we hier ontwikkelen te delen met andere theatermakers elders in de wereld. Daarnaast begonnen we in september 2019 met de ID CLUB om ook (gevorderde) amateurs de kans te bieden met hun verhalen aan de slag te gaan.

De artistieke leiding van Storytelling\Theater Lab is in handen van Arjen Barel.

Wat houdt storytelling-theater in?

 

Storytelling is een interactieve vorm van podiumkunst. Het is een kunst en communicatievorm die interne beelden creëert in de verbeelding van de luisteraar, eerder dan zichtbare beelden te tonen of te dramatiseren. Traditionele storytelling is een open en directe communicatie in twee richtingen tussen de verteller en het publiek, en het maakt interactie mogelijk tussen de aanwezigen.

Vaak gaat het over één verteller, al dan niet begeleid door een muzikant.

Maar er komen ook steeds meer andere vormen van storytelling, waarin de kracht van verhalen behouden blijft maar de vorm spannender is. Dit gaat nadrukkelijk om het theatraliseren van het werk, waarbij authenticiteit voorop blijft staan. Muziek speelt hierbij vaak een belangrijke rol, die verder gaat dan begeleiding. De muziek eist een rol op, geeft kleur aan de vertelling, ondersteunt die, maar vertelt soms ook een eigen verhaal.

 

Binnen onze visie zijn dit de belangrijkste kenmerken van storytelling-theater:

 

  • De performer is ook de auteur van de voorstelling. In het geval van een vertelling gebaseerd op een autobiografisch verhaal is dit eenvoudig uit te leggen. Maar ook als er gewerkt wordt met bestaande verhalen, dan is het de performer die kiest welke verhalen hij wil vertellen en weet waarom hij juist deze verhalen wil delen.

 

  • De performer transformeert niet in een personage. Het kan wel zo zijn dat hij heel even in de huid van een van de karakters uit een verhaal kruipt, maar het overkoepelende verhaal wordt vanuit zijn eigen zijn verteld. Hierin onderscheidt storytelling-theater zich van een monoloog.

 

  • Er is altijd sprake van directe interactie met het publiek. Deze interactie kan veel verschillende vormen aannemen, maar zorgt er altijd voor dat er een wederzijdse en open communicatie is tussen verteller en publiek. Zij bevinden zich in één theatrale en mentale ruimte en zijn dus niet gescheiden door de zogenaamde vierde wand. In die zin is storytelling een teamsport!

 

  • De rol van de regisseur in storytelling-theater is kleiner dan doorgaans in het theater. Het maken van een strakke enscenering of het werken aan rolopvattingen en invullen van personages past niet binnen de natuurlijke vorm hiervan. Dat maakt dat de regisseur eerder een coach is, die de performer begeleidt en van feedback voorziet. Daarbij is de taak van de dramaturg (die ook verenigd kan zijn in de rol van de regisseur) ook een belangrijke. Hij of zij werkt samen met de performer aan de lijn van een voorstelling en geeft daar meer of minder sturing aan.

 

De hierboven beschreven werkwijze van teksten ontwikkelen tijdens het werkproces is uitermate geschikt om persoonlijke verhalen te verwerken in de voorstellingen. Het materiaal is vaak de performer zelf. Dat betekent niet dat voor andere verhalen geen plek is in storytelling-theater. Bestaande verhalen (volksverhalen, legendes, mythen, sprookjes) zijn vaak erg geschikt om actuele thema’s in een (metaforische) context te plaatsen. 

 

Flexibiliteit is een ander belangrijke eigenschap van onze voorstellingen. Wij willen zorgen dat ze eenvoudig van opzet zijn, zodat ze bijna overal passen. Theaters zijn altijd geschikt, maar in het ideale geval kan er ook in andere ruimtes gespeeld worden, met of zonder theaterlicht, met of zonder geavanceerde geluidsinstallatie (hoewel niet versterkt spelen altijd de voorkeur heeft). Overigens is bij storytelling-theater, vanwege de verbinding die de performer met zijn publiek aan wil gaan, een zekere intimiteit wel fijn. Het liefst spelen we voor zalen van maximaal 250 toeschouwers, en een wat kleiner aantal is vaak zelfs nog beter.